Breekbaar Landschap

Expositie Breekbaar landschap is wegens covid-19 uitgesteld. Op dit moment werken we hard aan de realisatie en hopen komend jaar tentoon te stellen voor publiek.  De expositie vind plaats in de bunkers van stelling 46 en stelling 34 in Hoek van Holland. 

IMG-20210311-WA0017
  • Project: Breekbaar Landschap
  • Opdrachtgever: Stichting Stelling 33
  • Rol: Vormgeving tentoonstelling
  • Samenwerking: Kim & Koen, Timon van der Hijden
  • Realisatie: 2020-2021

Een breekbaar landschap

Tussen de kassen van het Westland vertellen bunkers en water het verhaal van de maakbaarheid en breekbaarheid van het landschap. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kliefde de Duitse bezetter met een diepe brede tankgracht het gebied in tweeën. Vanuit de lucht gezien was letterlijk een kilometerslange barst zichtbaar in het door glastuinbouw gedomineerde landschap. In figuurlijke zin verscheurde de graaf- en sloopwerkzaamheden het leven van inwoners die hierdoor hun thuis verloren. Na de oorlog werd de gracht deels gedempt voor de zich snel uitbreidende infrastructuur en bebouwing in het Westland. Een deel van de historie van het landschap ging zo verloren. Met de ruimtelijke ingrepen in Stelling 46 en Stelling 34 wil Stichting Stelling 33 de herkenbaarheid van het verhaal in het landschap vergroten. Zo houden we de geschiedenis levend en bieden kwaliteit en beleefbaarheid aan wat we eerst vergaten of sloopten.

De tankgracht – barst in het landschap

Het Westland werd in de Tweede Wereldoorlog onderdeel van de Duitse Festung Hoek van Holland in de Atlantikwall. De Duitsers vreesden een geallieerde invasie vanuit zee én een aanval door luchtlandingstroepen vanuit het binnenland. Ook aan land gebrachte tanks behoorden tot hun angstvisioen. Om die reden legden ze een elf kilometer lange gracht aan die het Westland letterlijk in tweeën kliefde. Voor de helft van het tracé werden bestaande waterwegen verbreed en verdiept; de rest is nieuw gegraven. Voertuigen konden alleen passeren via drie zwaar verdedigde toegangen bij Arendsduin, de Waalbrug en de Oranjesluis (stelling 53, 45 en 33).

Achter de tankgracht lagen dertien infanteriestellingen. Hierin stonden ruim tweehonderd bunkers waarvan 52 bomvrije exemplaren, de rest was dunwandig of van metselwerk. In zo’n stelling verbonden loopgraven de bouwwerken en rondom gelegen geschutsposities met elkaar. Door de zigzagvorm van de tankgracht kon vanuit meerdere posities een doelwit worden beschoten. Het hiervoor noodzakelijke vrije schootsveld werd gecreëerd door alle bebouwing en begroeiing op het tracé van de tankgracht en een strook van tweehonderd meter aan weerszijden volledig te verwijderen. De bewoners werden geëvacueerd en hun woningen, boerderijen en kassen gesloopt. In de kaalgeslagen zone kwamen vervolgens mijnenvelden.

STELLING 46

De kern van dit kleine infanteriesteunpunt wordt gevormd door twee bomvrije bunkers met muren van drie meter dik. Bunkertype 621 was bedoeld als onderkomen voor tien soldaten, type 134 voor de opslag van munitie. Aan de vijandzijde, richting de tankgracht, waren zes posities om een mitrailleur op te stellen, twee daarvan in een Tobruk.

Dit was een kleine betonnen gevechtsbunker met een ronde opening aan de bovenzijde om vanuit te observeren of te schieten. Ook waren er binnen de stelling twee houten dagverblijven, een kleine bakstenen opslagbunker, een watertank van 1.700 liter, een gasontsmettingshuisje en een betonnen mortieropstelling.

Het zand dat tijdens het graven van de tankgracht vrijkwam gooiden de Duitsers ter camouflage op en tegen de bunkers. Er ontstond een klein vijf meter hoog heuvellandschap in de verder zo vlakke omgeving. Kort na de oorlog is dezelfde gronddekking weer gebruikt om de gracht ten oosten van de stelling te dempen. De bunkers kwamen daardoor geheel bloot te liggen.

Betonnen heuvels

Door een gedeeltelijk herstel van het heuvellandschap is het verleden herkenbaar gemaakt en de kwaliteit van de leefomgeving vergroot. Tijdens de oorlog waren de bunkers volledig aan het zicht onttrokken en in de periode daarna juist dominant aanwezig. Nu is een verwijzing gemaakt naar de maakbaarheid van het landschap.

Van verdreven tot fundament

Tot 1942 stond hier het nieuwe huis van de familie Backer. Het tuindersgezin met acht kinderen woonde er nog maar vijf jaar. De destijds 7-jarige tuinderszoon Adri herinnert zich dat vier Duitse militairen met de auto langskwamen en midden in de tomatenkas een plek markeerden met witte paaltjes. Hier moest een grote bunker komen; die waar je nu in staat. Zowel de kassen als de woning moesten wijken voor de tankgracht, bunkers en vrij schootsveld. De familie Backer werd geëvacueerd.

Na de oorlog keerden ze niet terug naar hun stuk grond, het zat vol puin en was drassig geworden. In de jaren zestig wist Adri echter na hard werken het terrein te herstellen en startte zijn eigen tuindersbedrijf. Hij wilde er ook wonen, maar een bouwvergunning bleef uit. Toen hij het idee opperde om dan maar bovenop de manschappenbunker te gaan wonen was de vergunning in een week binnen. Zo werd het de fundering voor een nieuw huis, vijf meter hoog. In de bunker lagen aardappels en winterpeen, later werd het een hobbyruimte. Adri en zijn gezin woonden er meer dan een halve eeuw, tot ze in 2016 naar ‘s-Gravenzande verhuisden.

Tekst door Peter de Krom en Jeroen Rijpsma

Fotografie door Peter de Krom

_53A8539